Het nieuwe erfrecht onder de loep

Katrien Wille
  1. Blog
  2. Het nieuwe erfrecht onder de loep

Het nieuwe erfrecht onder de loep

blog
16 december 2017
De hervorming van het Belgische erfrecht is een feit. Op 1 september werd de nieuwe wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad 1. Een revolutie, omdat het erfrecht nog niet fundamenteel hervormd werd sinds haar invoering in 1804.

Logisch gezien de maatschappelijke context intussen erg veranderd is: naast het huwelijk, komen ook andere samenlevingsvormen frequent voor.

De nieuw samengestelde gezinnen maken meer en meer de norm uit. Ook wensen velen een grotere vrijheid om zelf, al dan niet samen met de erfgenamen, de verdeling van de nalatenschap in handen te nemen. En op wetstechnisch vlak drongen zich al een tijd aanpassingen op.

Het nieuwe erfrecht draait rond drie krachtlijnen die impact kunnen hebben op de planning van uw vermogen.

De erfrechtelijke reserve

Het beschikbaar deel (waarover u vrij kan beschikken) van de nalatenschap wordt groter en het voorbehouden erfdeel (het onaantastbaar deel) wordt dus kleiner. De reservebescherming in natura wordt omgevormd naar een reservebescherming in waarde.

Uw nalatenschap bestaat uit twee delen:

  • het voorbehouden erfdeel (de zogenaamde ‘reserve’) dat onaantastbaar is en wordt voorbehouden voor de reservataire erfgenamen
  • het beschikbaar erfdeel, het deel van uw vermogen waarover u vrij beschikt

In het nieuwe erfrecht wordt het beschikbaar deel groter en kunt u dus vrijer over uw vermogen kan beschikken.

Kinderen en echtgenoot

Volgens de oude regels zijn de kinderen en de echtgenoot reservataire erfgenamen (voor wie de zogenaamde ‘reserve’ wordt voorbehouden). De reserve van de kinderen varieert naargelang het aantal kinderen.

In het nieuwe recht blijven de kinderen en de echtgenoot reservataire erfgenamen, maar de omvang van hun reserve verandert. Zo wordt de reserve van de kinderen, ongeacht het aantal kinderen, herleid tot de helft van de nalatenschap. Het beschikbaar deel wordt dus groter vanaf dat er twee kinderen zijn.

De reserve van de langstlevende huwelijkspartner (echtgenoot) blijft overeind (= het vruchtgebruik op de helft van de nalatenschap, met minimum het vruchtgebruik op de gezinswoning) en wordt aangevuld met het recht op de huur van de gezinswoning. Ter compensatie van de inkrimping van de reserve van de kinderen werd voorzien dat de kinderen hun erfdeel zo veel als mogelijk vrij van vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot dienen te krijgen. De langstlevende echtgenoot erft, in samenloop met de kinderen, in principe nog steeds het vruchtgebruik op de gehele nalatenschap. Als de overleden echtgenoot een ontervend testament heeft gemaakt waardoor de langstlevende echtgenoot enkel recht heeft op een deel van het vruchtgebruik, dan wordt dit vruchtgebruik bij voorrang aangerekend op het beschikbaar deel.

Het oude en nieuwe erfrecht in een grafiek

Afschaffing van de reserve van de ouders

Onder het nieuwe erfrecht wordt de reserve van de ouders afgeschaft. Dit wil niet zeggen dat de ouders niet meer erven. Zij behouden hun wettelijk erfrecht, maar dit zal niet meer onaantastbaar zijn. Als u niets voorziet en geen kinderen heeft, zullen uw ouders nog steeds een wettelijk erfrecht hebben, maar het is voortaan mogelijk om hen dit te ontnemen. Als compensatie voor de afschaffing van deze reserve, kunnen de ouders (als zij behoeftig zouden zijn) een onderhoudsvordering ten laste van de nalatenschap instellen.

Reserve in waarde

Volgens de oude regels hebben de reservataire erfgenamen recht op hun reserve in natura. Als de reserve geschonden wordt (omdat de erflater te veel giften gedaan heeft aan derden/niet-erfgenamen waardoor het reservatair deel is aangetast), kunnen de reservataire erfgenamen de terugkeer van de geschonken goederen in natura naar de nalatenschap eisen (= zogenaamde ‘vordering tot inkorting’). Daardoor zijn schenkingen gedaan onder de oude regels kwetsbaar; het kan dat de begiftigde datgene wat hij gekregen heeft, moet teruggeven aan de reservataire erfgenamen.

In het nieuwe erfrecht wordt de reserve omgevormd naar een reserve in waarde. De reservataire erfgenamen kunnen de tegenwaarde van de geschonken goederen opeisen, maar niet meer de geschonken goederen zelf. De reservataire erfgenamen moeten zich met andere woorden tevredenstellen met de tegenwaarde van de reserve in geld.

Bovendien gebeurt de waardering van de schenkingen voor de samenstelling van de fictieve massa (om te bepalen of het reservatair erfdeel al dan niet is aangetast) in het nieuwe recht op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, geïndexeerd tot de dag van het overlijden. Volgens de oude regels gebeurt deze waardering op het tijdstip van overlijden. Door de waardering te verplaatsen naar het tijdstip van de schenking zelf, wordt deze waardering in overeenstemming gebracht met de waardering met het oog op inbreng van giften (zie verder).

De inbreng van giften

De inbrengregels voor roerend en onroerend goed worden gelijkgetrokken. Er komt bovendien een uniforme waarderingsregel voor schenkingen met het oog op inbreng en inkorting.

Volgens dit mechanisme moeten alle erfgenamen die van de overledene een gift hebben ontvangen ‘als voorschot op erfdeel’ bij de verdeling van een nalatenschap deze gift ‘inbrengen’. Door deze inbreng worden de geschonken goederen of de tegenwaarde ervan opnieuw in de te verdelen massa betrokken, waardoor de gelijkheid tussen de erfgenamen wordt hersteld.

De inbreng van giften gebeurt volgens de oude regels verschillend bij roerende en onroerende goederen:

  • Bij onroerende goederen: de inbreng gebeurt in principe in natura en volgens de waarde op datum van verdeling.
  • Bij roerende goederen: de inbreng gebeurt door minder te verkrijgen (in waarde) bij de verdeling van de nalatenschap en volgens de waarde op het moment van de schenking.

Deze verschillende regels zorgen vaak voor ongelijke en ongewenste situaties.

Voorbeeld: De erflater had de intentie om zijn erfgenamen gelijk te behandelen, maar de uiteindelijke verdeling liep toch uit op een scheeftrekking. De erflater had aan de ene erfgenaam een grond geschonken en aan de andere geld of andere roerende zaken (ten belope van de waarde van grond op datum van de schenking) zonder rekening te houden met de verschillende inbrengregels.

Onder het nieuwe recht zijn deze verschillen weggewerkt. De inbreng gebeurt altijd in waarde en ongeacht de aard van de goederen. Als waarde neemt men de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, geïndexeerd tot op de dag van het overlijden. Op deze regel geldt één uitzondering: voor schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik gebeurt de inbreng aan de waarde op het moment dat het vruchtgebruik eindigt door overlijden of afstand. Zowel de inbreng als de inkorting van schenkingen gebeuren hierdoor dus in principe volgens dezelfde waarderingsregels.

De erfovereenkomsten

Het verbod op het sluiten van overeenkomsten over nog niet opengevallen nalatenschappen wordt versoepeld.

Onder de oude regels geldt, behoudens enkel specifieke wettelijke uitzonderingen, een principieel verbod op het sluiten van overeenkomsten over nog niet opengevallen nalatenschappen.

Het nieuwe recht laat meer uitzonderingen toe.

  • De figuur van de ‘globale erfovereenkomst’ wordt ingevoerd. Ouders en al hun kinderen krijgen de mogelijkheid om nog tijdens het leven van de ouders een overeenkomst te sluiten over de vereffening en verdeling van de nalatenschap van de ouders. Voor de opmaak van de erfovereenkomsten moeten, op straffe van nietigheid, bepaalde formaliteiten nageleefd worden. Zo moet de erfovereenkomst notarieel opgemaakt worden en kan de overeenkomst maar geldig ondertekend worden als er een wachtperiode van minstens één maand is verstreken tussen de eerste voorbereidende familiebijeenkomst en de uiteindelijke ondertekening.
  • Een aantal ‘punctuele’ erfovereenkomsten worden ingevoerd. Dit zijn specifieke overeenkomsten tussen bepaalde familieleden en aangaande een specifieke rechtshandeling. Voorbeeld: kinderen van de erflater stemmen in met een schenking ten gunste van een stiefkind waarbij ze definitief verzaken aan hun recht op inkorting. Een ander voorbeeld: aan een zorgkind (bijvoorbeeld een gehandicapt kind) kan meer gegeven worden dan wat mogelijk is in het kader van het beschikbaar deel. Dit kan wanneer de andere reservataire erfgenamen instemmen met een definitieve verzaking aan hun recht op inkorting.

De nieuwe wet is van toepassing op alle nalatenschappen die openvallen vanaf 1 september 2018.

Ook oude schenkingen en testamenten vallen vanaf deze datum onder de nieuwe regels. De wet voorziet daarom in een overgangsperiode van 1 jaar waarin u kan beslissen dat voor gedane schenkingen de oude regels van toepassing blijven. Daarvoor gaat u dan bij de notaris langs om een zogenaamde ‘verklaring tot behoud’ af te leggen en dit vóór 1 september 2018.

Het kan daarom nuttig zijn om voor uzelf na te gaan wat de gevolgen zijn van de nieuwe wet op uw planning en of het al dan niet nodig is om een verklaring tot behoud af te leggen.

Wenst u een partner, die u helpt met uw vermogen, nu en in de toekomst ? Maak gerust een afspraak met een van onze private bankers. Zij zullen samen met onze specialisten naar eventuele oplossingen zoeken.

Wet dd. 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake.

Katrien Wille