Effecten of geldbeleggingen binnen een burgerlijke maatschap

Katrien Wille
  1. Blog
  2. Effecten of geldbeleggingen binnen een burgerlijke maatschap

Effecten of geldbeleggingen binnen een burgerlijke maatschap

blog
12 mei 2017
Heeft u effecten of geldbeleggingen binnen het juridisch kader van een burgerlijke maatschap? Dan is deze informatie belangrijk voor u.

Aanvullend standpunt van de Vlaamse Belastingdienst

  • Schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik van deelbewijzen van een burgerlijke maatschap moeten vanaf 1 juni 2017 gedaan worden voor een Belgische notaris met betaling van schenkbelasting. Enkel in dat geval is er geen erfbelasting meer verschuldigd.
  • Intresten en dividenden die de effecten of geldbeleggingen vanaf 1 juni 2017 opbrengen, moeten worden uitgekeerd (en niet geïncorporeerd) aan de vruchtgebruiker. Enkel in dat geval is er geen erfbelasting meer verschuldigd.

Belangrijke gevolgen

Het aanvullend standpunt gaat over de gesplitste inschrijving in burgerlijke maatschappen en meer specifiek over de incorporatie van vruchten in het kapitaal bij voorbehoud van vruchtgebruik. Het standpunt heeft belangrijke gevolgen voor de werking van de burgerlijke maatschap in de dagelijkse praktijk. Het is van toepassing vanaf 1 juni 2017.

Gesplitste inschrijving

Bij een gesplitste inschrijving is het vruchtgebruik op naam van de erflater en de blote eigendom op naam van de erfgenaam. Het standpunt over de gesplitste inschrijving bepaalt dat geldbeleggingen of effecten die gesplitst worden aangehouden onder het toepassingsgebied vallen van het fictie-artikel 2.7.1.0.7 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Volgens de interpretatie die de Vlaamse Belastingdienst aan dit artikel geeft, is een gesplitste inschrijving voortkomende uit een schenking, in principe onderworpen aan erfbelasting bij overlijden van de vruchtgebruiker. De belastingadministratie heeft nu verduidelijkt dat dit standpunt ook van toepassing is op deelbewijzen van een burgerlijke maatschap indien de onderliggende activa van de maatschap gelden en/of effecten zijn.

Schenkbelasting

Wanneer is er geen sprake van erfbelasting? Wanneer u kan aantonen dat er op de voorafgaande schenking schenkbelasting werd betaald. Of dat er geen verband bestaat tussen de eerdere schenking en de gesplitste inschrijving. Verbanden zijn altijd moeilijk aan te tonen. Bewijs leveren dat er geen verband is, is nog moeilijker. In de praktijk komt dit standpunt er dus op neer dat u schenkbelasting moet betalen op alle schenkingen van effecten en geldbeleggingen met voorbehoud van vruchtgebruik. Alleen zo bent u zeker dat u later geen erfbelasting verschuldigd bent. Trekken we dit door naar de deelbewijzen van een burgerlijke maatschap, dan betekent dit dat u op alle schenkingen van deelbewijzen met voorbehoud van vruchtgebruik vanaf 1 juni 2017 schenkbelasting verschuldigd bent indien u de heffing van erfbelasting wil vermijden.

Nieuw: duidelijkheid over de bestemming van de opbrengsten

Nieuw is dat de belastingadministratie zich nu ook officieel uitspreekt over de bestemming van de opbrengsten in een burgerlijke maatschap. Jaarlijks wordt er op de algemene vergadering beslist wat er gebeurt met de opbrengsten van de maatschap.

  • De algemene vergadering kan beslissen om de vruchten uit te keren aan de vruchtgebruiker(s). Als de vruchtgebruiker deze vruchten gebruikt om nieuwe effecten aan te kopen, die gesplitst worden ingeschreven, is er sprake van een nieuwe gesplitste inschrijving
  • Beslist de algemene vergadering om de vruchten op te nemen in het kapitaal, dan is er ook sprake van een nieuwe gesplitste inschrijving.

Een nieuwe gesplitste inschrijving heeft het gekende gevolg: er is alsnog erfbelasting verschuldigd bij het overlijden van de vruchtgebruiker, tenzij er schenkbelasting betaald werd. Herbeleggingen van effecten die al gesplitst worden aangehouden, maken geen nieuwe gesplitste inschrijving uit en vormen dus geen probleem.

Enkel voor intresten en dividenden

Cruciaal is dat dit standpunt alleen geldt voor de zogenaamde burgerlijke vruchten, dit zijn de intresten en dividenden, dus niet de meerwaarden.

1 juni 2017

Dit standpunt heeft belangrijke gevolgen voor de praktijk, zowel voor de bestaande als de nog op te richten burgerlijke maatschappen. Om het vermoeden van de gesplitste inschrijving te ontkrachten, betekent dit voor de bestaande maatschappen dat alle burgerlijke vruchten gegenereerd binnen de burgerlijke maatschap vanaf 1 juni 2017 moeten uitgekeerd worden aan de vruchtgebruiker(s). Voor de nog op te richten maatschappen betekent dit dat vanaf 1 juni 2017 de schenking van de deelbewijzen moet gebeuren voor een Belgische notaris en dat de burgerlijke vruchten jaarlijks moeten uitgekeerd worden aan de vruchtgebruiker(s). De beslissing tot uitkering van de burgerlijke vruchten ontstaan vanaf 1 juni 2017 kan dan genomen worden op de gewone algemene vergadering gehouden in de loop van 2018.

Conclusie

Een jaarlijkse consequente en nauwkeurige opvolging van de werking van de burgerlijke maatschap is eens te meer cruciaal.

Katrien Wille