Zwitserse centrale bank verhoogt onverwacht beleidsrente

  1. Blog
  2. BIS
  3. Zwitserse centrale bank verhoogt onverwacht beleidsrente

Zwitserse centrale bank verhoogt onverwacht beleidsrente

20 juni 2022
In de huidige monetaire wereld moet vrijwel alles wijken voor inflatiebestrijding.

In de huidige monetaire wereld moet vrijwel alles wijken voor inflatiebestrijding.

 

In het kort:

  • Strakkere monetaire beleid deels al verwerkt in aandelenkoersen
  • Europese aandelen zijn nu relatief laag gewaardeerd, Amerikaanse neutraal
  • Inkoopmanagersindices blijven wijzen op economische groei

Afgelopen donderdag verhoogde de Zwitserse centrale bank (SNB) haar depositorente van -0,75% naar -0,25%. Uitgerekend die centrale bank die al jaren klaagt dat de eigen munt te duur is en om die reden fors ingreep op de (valuta)markten. Uitgerekend dié centrale bank verhoogt haar depositorente. Wat de frank meteen nog sterker maakte dan hij al was: tegenover de euro werd de munt sindsdien 2% duurder.

Hoe dan ook, een duidelijker signaal dat we in zes maanden tijd in een andere monetaire wereld terecht zijn gekomen, kunnen we nauwelijks krijgen. Een wereld waarin alles, of in elk geval véél, moet wijken voor inflatiebestrijding. Zelfs als die inflatie ‘slechts’ 2,9 procent bedraagt, zoals in het Alpenland.

Blijkbaar is de richting waarin het inflatiecijfer beweegt voor centrale bankiers momenteel belangrijker dan het absolute niveau. Eind maart voorzag de SNB voor 2022 en 2023 een inflatie van respectievelijk 2,1 en 0,9 procent. Nu verwacht ze 2,8 en 1,9 procent. Voor beide jaren opwaartse herzieningen. Wat dan voldoende blijkt om in te grijpen.

 

Bank of Japan: the last man standing

Van de grote centrale banken in de ontwikkelde economieën, is die van Japan stilaan the last man standing in het land van de monetaire verruimers. De Bank of Japan hield haar geldbeleid onveranderd en verdedigt zich met hand en tand om de tienjaarsrente op staatsleningen onder de 0,25% te houden. Kind van de rekening hierbij is de Japanse yen: de munt verloor in het huidige kwartaal al bijna 20 procent tegenover de dollar. Dit duwt de inflatie hoger via duurdere importen.

Nu is dat in Japan niet zo’n probleem, met een inflatie van 2,5 procent, maar in de eurozone met een inflatie rond de 8% ligt dat anders. Ook de euro oogt zwak tegenover de dollar en een zwakke euro draagt bij aan de hoge inflatie. Élk element dat die inflatie nu ondersteunt, kunnen we missen als kiespijn. Dat alleen al zou voor de ECB reden kunnen zijn om het monetaire beleid aan te scherpen, lees: de beleidsrente te verhogen.

 

Pijngrens van de ECB

Centrale banken eisten afgelopen week alle aandacht op van beleggers. De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, verhoogde de beleidsrente met 75 basispunten en de Europese Centrale Bank (ECB) verraste met een spoedvergadering, enkele dagen na de officiële beleidsbijeenkomst. De ECB beloofde een instrument te ontwikkelen dat risico-opslagen in de rente van zwakkere eurolanden moet temperen. We zullen zien of alleen het bestaan van zo’n instrument voldoende is om obligatiebeleggers rustig te houden. Zo niet, dan is het de vraag waar de pijngrens van de ECB ligt: hoe hoog mag de rente in zwakkere eurolanden zoals Italië oplopen voordat de bank ingrijpt?

Het centrale banken-geweld had in ieder geval de nodige impact op aandelenmarkten. Die hadden de voorbije maanden al schade opgelopen door het scherpere monetaire beleid, maar daar kwam vorige week nog een schep bovenop.

Ondertussen is de waardering, in termen van koers-winstverhouding, voor de Europese markt teruggevallen naar 12. Dat is ver onder het langjarig gemiddelde van ongeveer 15. Tijdens de banken- en eurocrisis lag die waardering slechts rond de 8. Maar dat waren systeembedreigende crises. Iets wat we nu niet verwachten, ondanks de afnemende economische groei. In de VS ligt de waardering nu pal óp het langjarig gemiddelde, nadat die daar eerder dit jaar nog ver boven lag.

 

Meer aandacht voor reële economie

Boodschap is dat er in de waardering van aandelen ondertussen al best wat strakker monetair beleid is ingeprijsd. Wellicht verleggen beleggers hun aandacht dan ook weer meer naar de reële economie en de concrete bedrijfscijfers. Medio juli stromen de bedrijfscijfers weer de markt op.

Bovenvermelde waarderingen zijn immers gebaseerd op de (verwachte) winsten, waar analisten nu rekening mee houden. Glijdt de economie echter weg in een diepere recessie, dan moeten die inschattingen naar beneden. Met als gevolg dat de huidige waarderingen minder aantrekkelijk zijn dan ze op het eerste zicht ogen. Houden economie én bedrijfswinsten daarentegen stand, dan zijn (Europese) aandelen niet al te duur.

 

Indices wijzen op groei

De mager gevulde macro-agenda van deze week gaat ons helaas niet veel wijzer maken met nieuwe inzichten over de reële economie. Met uitzondering dan van de nieuwe inkoopmanagersindices (PMI’s) en de IFO-indicator over het Duitse ondernemersvertrouwen. Die zullen naar verwachting licht afbrokkelen, maar de PMI’s zullen per saldo ruimschoots op groei blijven wijzen, met standen boven de 50-punten.  

Het Europese consumentenvertrouwen tot slot, zou het dieptepunt ondertussen achter de rug moeten hebben. De sterke arbeidsmarkt en spaaroverschotten vanwege de pandemie geven een buffer tegen de opgelopen inflatie. De geopolitieke situatie verhindert dan weer wel een snelle heropleving van dat vertrouwen.

 

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 20 juni tot

en met 24 juni

Publicatiedag

Regio

Publicatie van

Periode

Consensus

Woensdag

Eurozone

Consumentenvertrouwen

Jun

-20,8

Donderdag

Eurozone

S&P Manufacturing PMI

Jun

53,9

 

 

S&P Services PMI

Jun

55,5

 

VS

S&P Manufacturing PMI

Jun

54,0

 

 

S&P Services PMI

Jun

54,5

Vrijdag

Duitsland

IFO-indicator

Jun

92,9

 

 


Luc Aben is hoofdeconoom bij Van Lanschot.

Auth platform tracking pixel Login page tracking pixel