Oplopende rente beroert financiële markten

Luc Aben
Hoofdeconoom Van Lanschot
  1. Blog
  2. BIS
  3. Oplopende rente beroert financiële markten

Oplopende rente beroert financiële markten

Blik Vooruit
09 mei 2022
De inflatiedruk en geopolitieke spanningen zorgen voor volatiel sentiment.

In het kort:

  • De Amerikaanse arbeidsmarktcijfers zijn robuust en de economie blijft op koers.
  • De Europese economie heeft het moeilijk door een verstoorde aanvoer en hoge energiekosten.
  • De Chinese economie zit gevangen in lockdowns, maar COVID-besmettingen nemen wel af.

De afgelopen week beroerde de Amerikaanse centrale bank Federal Reserve (Fed) de gemoederen op de financiële markten. Eerst reageerden beleggers nog gematigd of zelfs positief op de verhoging van de beleidsrente met 0,5% en de Fed-uitleg vorige week woensdagavond, maar in de laatste twee handelsdagen keerde het sentiment. Over de hele week bekeken bedroeg het verlies van de MSCI USA Index echter nauwelijks een half procent. Europese aandelen hadden het moeilijker, want de MSCI Europe Index daalde 4,4%. De Amerikaanse tienjaarsrente vatte post boven de 3,1%, de Duitse boven de 1%.

 

Amerikaanse inflatie

Terwijl Fed-voorzitter Jerome Powell vol vertrouwen beweert dat de Amerikaanse economie hogere renteniveaus aankan, realiseren beleggers zich dat de beleidsrente de komende maanden fors hoger gaat: in het voorjaar van 2023 voorzien zij zelfs een stand van 3%. Daarmee is er ook al het nodige ingecalculeerd, stellen wij. 

Er is enige twijfel of de Fed wel voldoende doet. Markten reageerden eerst nog opgelucht dat de centrale bankiers niet van plan lijken om rentestappen van 75 basispunten tegelijk te nemen. Maar wat als de Fed achter de inflatie blijft aanhollen en op enig moment alsnog gedwongen wordt het tempo van de monetaire verstrakking op te drijven? Een recessie is dan wellicht onvermijdelijk.

 

Er is twijfel of de Fed wel voldoende doet

 

Sowieso zal het al een delicate evenwichtsoefening worden om tegelijkertijd het geldbeleid aan te scherpen en de economie niet al te veel schade te berokkenen.

Het arbeidsmarktrapport over de maand april ondersteunde alvast Powell’s positieve blik op de Amerikaanse economie én zijn intentie om de beleidsrente verder op te trekken.

Er kwamen 428.000 nieuwe banen bij. Het gemiddelde uurloon lag 0,3% hoger ten opzichte van de voorgaande maand. Op het eerste zicht suggereert dat enige matiging van de loondruk, maar dat komt dan eerder door opwaartse herzieningen van de uurlonen in februari en maart, want vergeleken met een jaar terug is de toename nog steeds 5,5%.

Komende woensdag verwachten we de Amerikaanse inflatie over de maand april. Zowel de algemene inflatie als de kerninflatie (inflatie zonder de energie- en voedselprijzen ) zullen hoog blijven, respectievelijk 8,1% en 6,0% op jaarbasis. Maar tegelijkertijd verwachten we dat de inflatiehobbel stilaan wel uit de maand-op-maand-cijfers gaat. Wat financiële markten enige rust zou kunnen geven.

 

Europese afkoeling

Verder op de macro-agenda deze week de industriële productie voor de eurozone in de maand maart.

Is het in de VS opletten voor een oververhitting van de economie, dan dreigt in Europa eerder een onderkoeling. Het eerste kwartaal was nog degelijk (+0,2% groei kwartaal-op-kwartaal), maar het waren vooral de eerste weken van het jaar die de meubelen hebben gered. Inkomende data voor maart schetsen een voorzichtiger beeld. Zo weten we ondertussen dat de detailhandelsverkopen daalden met 0,4% (kwartaal-op-kwartaal). De inflatie hakt in op het besteedbaar inkomen, de oorlog op het sentiment.

Qua industriële productie ontgoochelde Duitsland. Ten opzichte van de vorige maand ging de productie 3,9% lager, fors onder de toch al niet hooggespannen verwachtingen.

 

De inflatie hakt in op de koopkracht, de oorlog op het sentiment

 

Verstoringen in aanvoerketens betekenen aanhoudende tegenwind voor de automobielsector, die in maart zelfs een outputdaling van 11,2% liet optekenen. De chiptekorten waren er al. Maar de Chinese lockdowns en de oorlog in Oekraïne deden nog een schep bovenop de verstoringen. Verder zagen we dat de energie-intensieve sectoren zoals chemie kampen met de torenhoge energiekosten.

Voor de industriële productie in de gehele eurozone is de boodschap dat het risico op een tegenvaller reëel is. De analisten gaan uit van een krimp met 1% tegenover de voorgaande maand.

 

Chinese dieptepunt bereikt

In China is het uitkijken of er vanuit de financieringshoek signalen komen dat de economie ondersteuning krijgt. Concreet verwachten we nieuwe cijfers over de kredietverlening, geldgroei en zogenaamde ‘sociale financiering’. Dat laatste is een brede maatstaf voor de mate waarin de economie financiële zuurstof krijgt toegediend.

Hoewel de Chinese centrale bank kleine renteverlagingen doorvoerde en de kasreserve-eisen voor financiële instellingen verlaagde, zodat die meer ruimte kregen voor kredietverlening, bleef de steun vanuit monetaire hoek tot nu toe beperkt. Hetzelfde geldt voor initiatieven vanuit de  begroting, ondanks retoriek om weer meer in te zetten op investeringen in infrastructuur.

 

Chinese inkoopmanagersindices schetsen een deprimerend beeld

 

Slotsom is dat we geen al te hoge verwachtingen hebben voor bovenvermelde data deze week. In tegenstelling tot vorige crises is China dit keer geen locomotief die de wereldeconomie voorttrekt. Het is eerder een wagonnetje dat achteraan bengelt, en vooral moet opletten dat het ondanks het zero-Covid-beleid toch enigszins kan blijven aanhaken.

De recente inkoopmanagersindices, zowel vanuit de industrie als vanuit de dienstensector, schetsen een deprimerend beeld. Ook de import- en exportcijfers van april, die we vanochtend mochten ontvangen, schetsen een matige voortgang.

Tegelijkertijd lijkt het stilaan de goede kant op te gaan met de Covid-besmettingen. De steden die te kampen hebben met uitbraken, vertegenwoordigen nog 22% van het Chinese BBP. Een maand terug was dat nog 40%. Zet deze trend zich door, dan zouden we het dieptepunt in de Chinese activiteit stilaan achter ons kunnen laten. Maar de situatie blijft delicaat.

 

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 09 mei tot

en met 13 mei

Publicatiedag

Regio

Publicatie van

Periode

Consensus

Dinsdag

Duitsland

ZEW-index

Mei

-42

Woensdag

VS

CPI-inflatie MoM

Apr

0,2%

 

 

CPI kern-inflatie MoM

Apr

0,1%

Donderdag

China

Uitstaande kredietverlening YoY

Apr

11,5%

 

 

Geldgroei YoY (M2)

Apr

9,8%

 

 

Total Social Financing

Apr

 

Vrijdag

Eurozone

Industriële productie MoM

Maa

-1,0%

 

VS

Consumentenvertrouwen (Mich)

Mei

63,8

Luc Aben
Hoofdeconoom Van Lanschot
Auth platform tracking pixel Login page tracking pixel