Amerikaanse economie heeft gepiekt en lijkt hersteld van coronaschade

  1. Blog
  2. BIS
  3. Amerikaanse economie heeft gepiekt en lijkt hersteld van coronaschade

Amerikaanse economie heeft gepiekt en lijkt hersteld van coronaschade

02 augustus 2021
Grote belangstelling voor komend Amerikaanse arbeidsmarktrapport, loongroei is potentiële bron van inflatie.

Grote belangstelling voor komend Amerikaanse arbeidsmarktrapport, loongroei is potentiële bron van inflatie.

 

In het kort:

  • Economische groei Verenigde Staten heeft gepiekt, groeipad blijft voldoende sterk
  • Matigende toon centrale banken houdt rente onder de duim
  • Chinese politiek zet aandelenmarkten onder druk, wij blijven afwachtend

Aandelenbeurzen in Europa en de VS sloten de maand juli licht in de plus af. Ondersteund door degelijke bedrijfsresultaten en een voorzichtige houding van de Federal Reserve (Fed) wat betreft het terugschalen van het ruime monetaire beleid. Beleggers legden de oprukkende deltavariant en de licht tegenvallende Amerikaanse groei tijdens het tweede kwartaal (6,5% op jaarbasis tegenover 8,5% verwacht) naast zich neer. Sterker nog, dat laatste interpreteerden ze eerder als positief. Het verkleint de kans dat de Fed al snel zijn geldbeleid terugschroeft.

 

Iets minder uitbundige verwachtingen voor VS

De Amerikaanse economie heeft de coronaschade volledig gerecupereerd. Bij het begin van het voorbije kwartaal schoot de economie als een raket uit de startblokken. Gezinnen kregen steuncheques van de overheid in de bus en spendeerden die gretig. Bij ondernemingen was (en blijft) de investeringsbereidheid groot. Toch moeten we onze groeivooruitzichten wat temperen. Zo is het cheque-effect grotendeels uitgewerkt.

In maart bereikte de spaarquote (het deel van het inkomen dat opzij kan worden gezet) een topniveau van 27%. Logisch: de overheidssteun gaf het inkomen een boost, maar de mogelijkheden om het uit te geven waren schaars door de lockdowns.

Nu de overheidssteun afloopt en velen nog niet opnieuw aan de slag zijn, loopt het inkomen terug. En bijgevolg ook de mogelijkheid tot sparen. De spaarquote viel terug tot rond de 10%. Nauwelijks boven het pre-coronaniveau van 8%. Terwijl het net de spaarreserves waren waarop werd gerekend om een stevig consumptiepatroon te onderhouden.

Een en ander wil niet zeggen dat we pessimistisch moeten worden over de Amerikaanse economie. Dat zal de komende dagen onder meer blijken uit de ISM-inkoopmanagersindices voor zowel de industrie als de dienstensector. We verwachten weliswaar een stabilisatie, maar op een hoog niveau.

Voor de komende twee kwartalen is een (op jaarbasis omgerekend) groeicijfer van rond de 3,5% een realistische verwachting. Waarbij veel zal afhangen van hoe de beruchte disrupties in de aanvoerketens zich zullen ontwikkelen én van de arbeidsmarkt natuurlijk.

 

Grote belangstelling voor Amerikaanse arbeidsmarktrapport

Eind deze week krijgen we het arbeidsmarktrapport over de maand juli. Er zijn weinig signalen dat de situatie fundamenteel veranderd is ten opzichte van de voorgaande maand. Ondernemers klagen nog steeds dat het moeilijk is om medewerkers te vinden. De nieuwe aanvragen voor een werkloosheidsuitkering blijven al weken stabiel en dat past niet bij een arbeidsmarktherstel, bovendien staat het aantal opstaande vacatures op recordniveau.

Wellicht is het wachten tot september of oktober vooraleer de arbeidsmarkt het verdere herstel inzet. Dan is het systeem van verhoogde werkloosheidssteun verder afgelopen, kunnen de kinderen terug naar school (en hebben ouders de handen vrij) en hebben werkgevers en werknemers de tijd gehad om elkaar weer te vinden. Een belangrijk aspect voor de arbeidsmarkt is ook de Covid-19-verspreiding, uit onderzoek blijkt dat eventuele arbeidskrachten thuisblijven vanwege de besmettingsvrees.  

Naast het aantal nieuwe banen, is ook het verloop van de lonen vanzelfsprekend op te volgen. Vooral dan in het kader van het inflatie-debat. Ook hier is het wellicht wachten tot het najaar om een duidelijker beeld te hebben. Het is vooral in de dienstensectoren die heropenen (recreatie, horeca) dat lonen toenemen. Vooralsnog is er geen sprake van een brede loongolf. Maar als er inflatierisico’s zijn voor de Verenigde Staten dan komen ze uit deze hoek.

 

Eurozone versnelt

In de eurozone kwam de eerste inschatting voor de groei tijdens het tweede kwartaal boven verwachting uit: 2,0% tegenover de eerste drie maanden van het jaar. Maar in tegenstelling tot de VS, is de pandemieklap nog niet gerecupereerd. Het economisch volume ligt nog steeds 3,5% onder het pre-coronaniveau. Met sterke onderlinge verschillen tussen landen. Zo heeft Spanje bijvoorbeeld nog 6,5% in te halen.

Vanaf het lopende derde kwartaal moet het momentum kunnen versnellen. Een hele reeks Europese data zullen dat de komende tijd illustreren. Zoals woensdag die van de detailhandelsverkopen in juni of de definitieve scores voor de inkoopmanagersindices over juli.

 

Chinese aandelen in neerwaartse trend

Sinds februari blijven aandelen uit opkomende markten achter. Vooral door China. De Chinese CSI 300-index (representatief voor de beurzen van Shanghai en Shenzhen) verloor bijna 20%, waarvan meer dan vijf procentpunt afgelopen week.

Na de snelle heropleving in 2020, vertraagt het Chinese groeimomentum, zoals de inkoopmanagersindices laten zien. Vooral die uit de industrie blijven net boven de kritische grens van 50 hangen. Beleidsmakers zullen in de tweede jaarhelft niet massaal interveniëren, maar toch kwam de aankondiging dat lokale overheden weer wat meer geld zullen gaan uitgeven. De centrale bank van haar kant wil de effectieve rente waaraan kredieten worden toegekend lager sturen.

Toch is de belangrijkste verklaring voor het negatieve koersverloop niet zozeer economisch, maar eerder politiek.

Nadat Peking eerst technologiespelers striktere regulering oplegde over het gebruik van hun data en over het ophalen van kapitaal op buitenlandse financiële markten, was het afgelopen week de beurt aan aanbieders van privaat onderwijs. Achteraf suste de regelgever dat het niet de bedoeling is om een breed spectrum van sectoren aan te pakken, maar ontegenzeggelijk is de politieke onzekerheid toegenomen.

Het is moeilijk voorspelbaar hoe dit verder uitpakt. Het recent afgekondigde Vijfjarenplan legt de nadruk op technologische zelfvoorzienigheid, groene energie en maatschappelijk welzijn. Peking zal hier sturend willen optreden. 

Bijvoorbeeld: het aanpakken van het private onderwijs, past in de welzijnsdoelstelling. Ondanks het verlaten van de eenkindpolitiek blijft de Chinese bevolking vergrijzen. Betaalbaar onderwijs kan hier een element van de oplossing zijn. Het kan voor gezinnen een beperking wegnemen om meer kinderen te hebben.

De voorbije jaren integreerde China zijn economie en financiële markten stapje voor stapje in het internationale systeem. Er is weliswaar nog een hele weg af te leggen, maar de richting was altijd dezelfde. Nu lijkt de politieke logica de economische te verdringen. Wat niet echt een aantrekkelijke en transparante omgeving oplevert voor internationale investeerders. De Amerikanen onder hen worden bovendien geconfronteerd met steeds meer restricties vanuit hun eigen overheid.

Kortom, door de koersdalingen ogen veel Chinese aandelen aantrekkelijk. En misschien zijn ze dat ook. Maar toegenomen intransparantie als gevolg van politiek ingrijpen is een belangrijk argument om de kat voorlopig uit de boom te kijken.

 

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 2 augustus tot

en met 6 augustus

Publicatiedag

Regio

Publicatie van

Periode

Consensus

Maandag

VS

ISM Manufacturing

Jul

60,9

Woensdag

China

Caixin Services PMI

Jul

50,6

 

Eurozone

Detailhandelsverkopen MoM

Jun

1,9%

 

VS

ISM Non-Manufacturing

Jul

60,4

Vrijdag

VS

Nieuwe banen (Non farming)

Jul

900K

 

 

Uurlonen MoM

Jul

0,3%

 

 

Werkloosheid

Jul

5,7%

 

Luc Aben is hoofdeconoom bij Van Lanschot.

Login page tracking pixel