Luc Aben: "De sterke euro is relatief"

Luc Aben
Hoofdeconoom Van Lanschot

Luc Aben: "De sterke euro is relatief"

07 september 2020
Misschien moeten we eerder spreken van een flauwe dollar dan van een sterke euro.

En verder:

 

  • De ECB zal voorzichtig zijn over economie en inflatie.
  • Het geld voor de PEPP is nog lang niet allemaal gebruikt.
  • De ECB denkt na over ruimere strategische doelstellingen, net als de Fed eerder deed.

De Europese Centrale Bank (ECB) blijft voorzichtig over de economie en inflatie. Dat verwachten wij donderdag bij de beleidsvergadering van de bank. We verwachten ook geen nieuwe maatregelen. De voorzichtige toon houdt de deur open om later alsnog het monetaire gaspedaal dieper in te drukken en met extra steun voor de economie te komen.

Het meest recente inflatiecijfer over augustus kwam met -0,4% (maand-op-maand) alvast onder de verwachting uit. Ook tegenover een jaar geleden is de inflatie nu negatief (-0,2%). Ongetwijfeld kijken de centraal bankiers met een bezorgde blik naar de ontwikkeling van de inflatie, want die wil maar niet omhoog. Maar tegelijkertijd moet dat ook een beetje gekaderd worden.

Hoewel het zeker niet alles verklaart (ook de kerninflatie zonder energie en voeding kwam beneden verwachting uit), heeft de lagere olieprijs impact. Daarnaast spelen er eenmalige factoren mee, zoals de uitgestelde start van de uitverkoopperiode of de tijdelijke btw-verlaging in Duitsland.

Bovendien is er de specifieke situatie in sectoren die hard getroffen zijn door corona. Met name in het toerisme en het transport dalen de prijzen. Monetair beleid kan daar weinig tegen doen. Die sectoren hangen vooral af van het coronavirus en de ontwikkeling van een vaccin of geneesmiddel.

 

PEPP is nog niet op

De Europese centraal bankiers kwamen voor het laatst medio juli samen. Dat was net voordat een tweede coronagolf(je) in veel landen toesloeg. En dat was met een economie die sneller dan verwacht herstelde, zoals bijvoorbeeld de consumentenbestedingen.

Ondertussen is de situatie enigszins gedraaid. Vertrouwensindicatoren bij zowel consumenten als producenten verliezen momentum of brokkelen weer af, vooral in zuidelijk Europa. De kleur op de Europese coronakaart kleurt steeds vaker oranje of rood. Er zijn dus voldoende redenen voor voorzichtigheid bij de ECB, maar niet in die mate dat zich nieuwe maatregelen opdringen.

Er is bovendien nog voldoende ruimte binnen de bestaande steunprogramma’s. Zo is er nog ongeveer 850 miljard euro ‘vrije aankoopcapaciteit’ in PEPP, het opkoopprogramma voor obligaties dat is opgezet bij de uitbraak van de coronacrisis.

Af en toe duiken er zelfs geluiden op dat het niet nodig zou zijn om de totale PEPP-enveloppe van 1.350 miljard euro leeg te schudden. Maar die geruchten zal ECB-president Christine Lagarde de kop indrukken gegeven het economische plaatje en de absolute wens om ook in zwakkere eurolanden de obligatierente onder controle te houden.

 

Sterke euro te relativeren

Als de ECB het monetaire beleid bepaalt, is de wisselkoers van de euro geen expliciete doelstelling. Maar die koers is natuurlijk wel relevant voor de economie van de eurozone. Een sterke munt hindert de export en maakt import goedkoper. Dat drukt op de inflatie.

Toen de euro begin vorige week even de 1,20 tegenover de dollar aantikte, kwam ECB-hoofdeconoom Philip Lane dan ook precies met die argumenten. Dat werd door sommige marktpartijen prompt geïnterpreteerd als een quasi waarschuwing dat de ECB een verdere appreciatie van de eenheidsmunt zou counteren met een verdere verruiming van het monetaire beleid.

Toch zal het zo’n vaart voorlopig niet lopen. Ten eerste is het maar de vraag wat de ECB zou kúnnen doen. De rente verder verlagen? Met een depositorente op -0,50% komt de limiet stilaan in zicht. De rente veel verder onder nul duwen lijkt noch wenselijk noch erg effectief.

Daarnaast verdient de ‘sterke euro’ enige nuancering. Bekijken we de wisselkoers tegenover een soort ‘gemiddelde munt’ van de Europese handelspartners en houden we ook rekening met de inflatieverschillen? Dan noteert de euro rond zijn gemiddelde van de afgelopen 20 jaar. Van al te forse tegenwind voor de export is bijgevolg nog geen sprake.

Misschien moeten we ook eerder spreken van een appelflauwte van de dollar dan van een sterke euro, zeker nadat de Amerikaanse centrale bank Federal Reserve zijn strategische doelstellingen verruimde en zichzelf bijkomende vrijheidsgraden toe-eigende om het geldbeleid bijna structureel ruim te houden. Ook de ECB is bezig met zo’n denkoefening over zijn doelstellingen. Maar het zal nog (minstens) een jaar duren voordat we daar de uitkomst van kennen.

 

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 07 september tot

en met 11 september

Publicatiedag

Regio/land

Publicatie van

Periode

Consensus

Donderdag

Eurozone

ECB beleidsvergadering

 

 

Vrijdag

VS

CPI-inflatie YoY

Aug

1,2%

 

 

CPI kern-inflatie YoY

Aug

1,6%

Luc Aben
Hoofdeconoom Van Lanschot